Op de hoogte blijven van de laatste nieuwsberichten over de Gunung Batu gemeente in Amsterdam? Nou, dat kun je zonder moeite voor mekaar krijgen.
Meld jezelf nu aan en vink aan dat je via mail de nieuwsberichten wilt ontvangen. Je krijgt dan bij elke berichtgeving een e-mail toegestuurd

Zelf kun je ook iets melden! En hoe doe je dat? Dat is vrij simpel, stuur ons een e-mail met daarin je naam en bericht. Dit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk aangevuld op de website.

5e reisnotitie Pdt. E.S. Patty

Gepost op 16 november 2011

Awas-Awas: Genieten van het leven.

1. Alledaagse ontmoetingen: bakudapat
Ambon manis-e; zo wordt de stad bezongen en bijna iedereen blijft lyrisch over de stad. Amboina heeft ook een bijzondere uitstraling. Zeker als je vanaf ‘cafe Panorama’ (Karpan) uitzicht hebt over de stad en tegelijkertijd getuige bent van zonsondergang. Of als je bij Amahusu bij restaurant Tirta Kencana hetzelfde tafereel aanschouwt, maar nu gezien vanaf de kust van de zee. Binnen 2 uur kun je de zon zien ondergaan en lijkt er een donkere deken over de stad te zijn uitgespreid. Langzaam aan worden de andere lampen ontstoken. Onbeschrijfelijke taferelen, die je als ‘rijke’ Molukker uit Nederland je kan veroorloven. Even boven jezelf uitstijgen en ervaren wat de schoonheid van de natuur met je kan doen. Als adolescent kende ik deze gevoelens niet; eerlijk heeft het heel lang geduurd, voordat ik van de Nederlandse natuur kon genieten… Als ik op Ambon ben lijkt het net alsof er een knop in me omgaat. Ik blijf van de natuur en de mensen genieten. De kleurenpracht van Ambon is voor mij ongekend. Zo’n zonsondergang moet je dit gezien hebben. Ook over zonsopgang raak ik nooit uitgesproken! Na de activiteiten overdag is er altijd wel een kans om iets van Ambon te zien. Even wat tijd voor jezelf nemen. En elke keer als we de stad in gaan of ergens naar toe gaan – op welk uur van de dag – komen we elkaar tegen. Molukkers uit Nederland. Iedereen is dan druk bezig met allerlei zaken in een druk programma. Ongelofelijk, wat een activiteiten er eigenlijk zijn ontwikkeld tussen Molukkers op Ambon en Nederland? Mooi is te zien, dat een diversiteit van projecten elkaar niet hoeft te bijten, maar ook dat veelvormigheid ook een teken kan zijn van vooruitgang en ontwikkeling. Wat zouden mensen zijn zonder idealen? En iedereen, die betrokken is met Ambon vanuit politieke, godsdienstige of humanitaire doeleinden is zich bewust van het belang van de verbondenheid tussen Maluku en Nederland. Na het uitwisselen van de activiteiten, waarvoor iedereen naar Ambon is gekomen spreken we over onze ervaringen op Ambon na het incident van 911. Het zou mooi zijn als als het draagvlak voor het ondersteunen van projecten op Maluku verder uitgebouwd kan worden. Elke keer gaat het over de veiligheid in de stad. Eigenlijk is er niets aan de hand, maar de mensen leven nog vanuit de achterdocht. De voorzichtigheid regeert en men leeft a.h.w. met de handrem erop. Telkens is daar de voorzorg, die mensen soms de wet voorschrijft wat ze moeten doen. Ook al ervaart iedereen, dat het soms ietwat overdreven is. Maar kudde gedrag kan soms zeer fnuikend en zeer frustrerend zijn…

Mensen uit Nederland herken je altijd wel. Niet alleen aan de handdoek, maar vooral omdat ze omringd worden door hun familie op Ambon. Ook aan hun kleding en hun sandalen merk je dat ze toch hun omgangsvormen anders zijn. Wie op zondag op Natsepa rudjak wil eten weet, dat hij hoe dan ook mensen uit Nederland zal ontmoeten. Ga je naar de supermarkten of naar Amplaz dan herken je ze zo. Even buurten in de omgeving van hotels als Manise, Amans, Mutiara, Orchid en guesthouses en je loopt kans iemand te ontmoeten. Soms kom ik personen tegen, die ik al een hele poos in Nederland niet ben tegen gekomen. Daarnaast zijn de restaurants en de koffiehuizen als Joas en Sibu2 de ontmoetingsplaatsen. Of bij de ATM van de BCA om geld uit de muur te trekken voor het dagelijks brood. Een trefpunt blijft de kerk. In de afgelopen maand ben ik 3 keer naar de Maranatha kerk geweest op zondag en elke keer was het raak. Mensen vanuit heel Nederland, die op hun wijze de week willen beginnen. Alleen of samen met familie, vrienden en kennisen. Niemand spreekt wat met elkaar af je komt elkaar op Ambon gewoon tegen. En dat is ook geen wonder, want als het om de primaire behoeften gaat kun je op Ambon voor westerse normen goed genieten voor weinig geld! Je trekt erop uit naar de bekende plekken, waar je rust zoekt of lekker wil eten. Of gewoon lekker wil genieten van de fruitsappen. De Ambonse cuisine is vers en de dagprijzen zijn vergeleken met Nederland relatief goedkoop, maar de keuken blijft boven al overheerlijk. Soms lijkt het een eeuwigheid te duren, voordat het gerecht wat je besteld hebt klaar is, maar zodra je begint op te scheppen kun je alleen maar in stilte genieten! Sadap! Het is goed toeven op Ambon.

2. Awas, ati2 kalau … over voorzichtigheid in het leven
Op Ambon weet men wat eten is. Maar elke keer als je iets wil eten krijg je gratis advies. Men wil niet, dat je slachtoffer wordt van de gulzigheid, waarmee je je te goed wil doen aan alle lokale recepten en schotels. ‘Awas, djangan terlalu makan udang, cholestorolnya tinggi’. ‘Awas bila makan terlalu banyak babi, bruine bonensoep atau katjang pasti asam urat (jicht) naik. Awas djantong …’ Iedereen weet wat goed voor je gezondheid en waarschuwt elkaar al bijvoorbaat. Maar wat moet je dat men al die lekkernijen? Ik geloof in matiging van het al het lekkers, maar ik geloof niet in algehele onthouding! Dat werkt alleen maar averechts. Eet en geniet van al het gezonde! Op Ambon is er momenteel alles natuurlijk voorradig. Dagelijks komt de visaanvoer vanuit zee, groenten en fruit kun vers op de markt kopen. Hoe kun je dan vanwege je gezondheid alles laten voor wat het is. Het is een levenshouding, wat mij in verlegenheid brengt. Want alles wat te is vind ik wel lekker! Gelukkig zitten er altijd mensen aan tafel die je over alle gevaren van het eten kunnen informeren en je tegelijkertijd allerlei gezondheidsdrankjes weten voor te schrijven. Ik houd me vanaf het begin bij verse warme lemon juice. Het hielp mij over de verkoudheid, waarmee ik op Ambon aankwam. Als dat niet voorradig is verkies ik een Sirsak-drankje en als derde optie op mijn drankenlijst staat de mango juice. ‘s Avonds voor het slapen gaan in het hotel dronken we meestal nog een biertje. Elke keer was het weer een heel ritueel om het dienblad met de literflessen ‘Bintang’ en glazen op tafel te krijgen. Daarna volgde het ritueel van het drinken bij het samen doorlopen, wat een ieder zo de hele dag gedaan had. Echte sterren word je niet, maar het was een interessante wijze van het afsluiten van de dag, voordat iedereen naar haar of zijn kamer verdween. Ook klonk vaak het awas2! Kijk uit, dat je niet te veel drinkt en dronken wordt.

Elke keer als je de straat op wil krijg je het wel van alle kanten te horen. ‘Jalan, ati2 anjing. Rabbies’. Ambon is in de ban van hondsdolheid. Honden, die vanuit het niets mensen aanvallen en bijten. Van de week was ik ‘s morgens aan het werk toen er een oploop ontstond. Paniek overal, omdat een hond een peuter van nog geen 2 had aangevallen en in de borst had gebeten. In zo’n situatie zie je iedereen van alles en nog wat doen. Gelukkig stapte een tante van het kind een dokterspraktijk binnen en nam de dokter mee om naar het kind te brengen. Het werd daarna op de brommer naar het ziekenhuis gebracht om ingeent te worden. Binnen 30 minuten speelde zich dit af. De aanwijzingen van de dokter hielpen om het kindje te redden, want later in de namiddag hoorden wij, dat levensgevaar geweken was. Enerzijds denk je, het zal wel zo’n hype zijn. Maar aan alles en iedereen merk je dat de angst domineert en mensen niet precies weten, wat ze moeten doen. En dan hoor je de verhalen van het aantal bijtincidenten sinds 11 september 2011. Nog geen maand geleden was een van de chauffeurs van de UKIM gebeten door een hond. Binnen een week was hij gestorven. Langzaam werd zijn bloed vergiftigd en was zijn lichaam weerloos geworden. Eerder die week was er iemand anders – een volwassen persoon – ook al in de borst gebeten. De buurt vond het welletjes en wilde niet langer in paniek blijven leven. Snel werd een jacht op de hond georganiseerd, wat voor het eind van de middag resulteerde in het doden van de hond. De hele wijk werd hiervoor afgezocht. In een aantal minuten werden mensen gemobiliseerd voor de klopjacht. Toen het gedood werd werd de kop werd afgehakt en bij de politie afgegeven ter controle of de hond daadwerkelijk aan ‘rabbies’ leed. De politie bevestigde later die avond de status van de hond als ‘hondsdol’.

3. De zorg voor elkaar: Laeng sajang Laeng
Het leven op Kuda Mati is gemoedelijk. In ons buurtje kent iedereen elkaar. De omgang met elkaar is vriendelijk te noemen. Iedereen groet elkaar. Mensen van aanzien worden net zoals de ouderen met alle egards behandeld. Ik verbaas me telkens weer hoe men elkaar bij de naam kent. Heel gemoedelijk gaat men met elkaar om en in het voorbijgaan vallen er altijd allerlei grapjes. Dit duurt van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Mensen, die bij hun kraamtjes altijd goedgemutst zijn. Mensen, die weinig moeite hebben om met anderen in communicatie te treden. Het blijft prettig om ‘s morgens vroeg met humor het leven tegemoet te treden. Af en toe wordt de rust verstoord door burenruzies. Ik maakte er in 2 dagen 2 conflicten mee. De eerste ging over de wijze, waarop men als buren elkaar tegemoet trad. Heel veel kabaal, wat uiteindelijk gesust werd door vaderlijk optreden van een plaatselijke predikant. En een meningsverschil over de grens van het grondgebied tussen 2 buren. Een al langlopend conflict, wat vanwege de vervanging van het dak van een van de huizen, weer oplaaide. Iedereen van de buurt kon het geheel volgen. Eerst begon het als een rustig gesprek, waarin hoor en wederhoor gebezigd werden. Maar opeens was de vlam in de pan en explodeerde het geheel in geschreeuw tussen de partijen. Ik weet ook nu, dat je met Molukse vrouwen geen ruzie moet hebben, want die hebben weinig moeite om je te fileren voor de ogen en oren van een mensenmassa. ‘Awas, awas djangan sampe..’

Tete Manis, dangke par dame di tanah Maluku God, wij danken u voor de vrede op Maluku
Biar katong baku pegang tangan Laten we elkaars hand vasthouden
antara basudara gandong als broeders en zusters
ade kaka salam sarane een familie van Islamieten en Christenen
la biar akan jadi Salawaku par pele orang dat het een schild mag zijn om mensen af te schermen
yg mau kas pica katong pung dame. die onze vrede willen barstenAmin.
(pdt Elifaz Maispatela)

Ambon, 16 november 2011
Verry Patty

Plaats een reactie

(optioneel) (optioneel)

4e reisnotitie Pdt. E.S. Patty

Gepost op 10 november 2011

Leven tussen Oost en West
 
1. Hidup bersaudara
Na 2 weken in hotel Orchid te hebben verbleven zijn we ingetrokken bij familie en vrienden. De meeste Molukkers uit Nederland met wie we allerlei activiteiten in de afgelopen weken hebben ondernomen zijn reeds huiswaarts gekeerd. Van een goed geoutilleerd hotel met alle faciliteiten van airco, warm water en tv en digitaal netwerk verhuisden Ephraim naar Batu Gantong en ik naar Kuda Mati. Het was weliswaar een aanslag op het luxe leven, wat je als westerling gewend bent op Ambon, maar het was anderzijds zeer leerzaam om te midden van de mensen van Ambon te leven. Ik zat omringd door de Christenen di markas Kuda Mati. Het was hoog en veilig; ik hoefde me geen zorgen te maken over mijn veiligheid. Ik logeerde bij de rector van de UKIM, pdt Agus Batlajery, die woonde naast een andere docent van de theologische faculteit pdt Chris Tamaela. Het waren eenvoudige dienstwoningen, die ter beschikking werden gesteld aan de docenten van de theologische faculteit. Aangezien er geen dienstwoning voor de rector beschikbaar was is pdt Batlajery er maar blijven wonen. Tijdens de schermutselingen van 11 september jongstleden fungeerde het als asielplaats voor predikantenfamilies, die vanuit Batu Gantong moesten uitwijken naar veiligere oorden. Gelukkig bleek na een aantal dagen, dat de mensen kerusuhan deel 2 daadwerkelijk hebben afgewezen. Islamieten en Christenen kozen samen in grote getale voor een leven met elkaar en waren bereid de offers, daarvoor te brengen.
Aanvankelijk leek het verblijf voor mij uit te lopen tot een waterdrama: vanwege de hitte bleef ik zonder ophouden zweten. De stroom van zweetdruppels kende geen einde. Ik wist niet precies hoe hierop te reageren. Maar de reactie van de bewoners was troostrijk! Ook zij wisten zich vaak geen raad met de warmte en hitte, die zo typerend was voor de wijk. Ik heb toen maar het laten gebeuren. Als de stroom loskwam, heb ik niets gedaan om het te stoppen. Dat zou tevergeefse moeite zijn geweest. Na een aantal dagen merkte ik dat ik sneller dan gedacht me aan de omstandigheden had aangepast. Het was warm, maar ik scheen er minder last van te hebben dan eerst. Ik leerde elk moment meer van het ware leven te waarderen. Los van alle luxe probeerde ik mijn draai in het leven te hervinden. Ik moest leren leven vanuit de mogelijkheden, die zich aandienden. En die waren er talrijk. Alleen ik moest ze leren te ontdekken. Nu al ben ik mijn collega’s dankbaar, dat zij mij de weg naar de campus Talake dwars door de moslim wijk hebben gewezen. Op de tweede dag in Kuda Mati ging pdt Chris Tamaela mij voor. Lopend was het een mooie wandeltocht vanuit Kuda Mati door de smalle straten richting Waehong uitmondend in Taleka. Als het moest pakte ik de o-jack, maar het liefst liep ik richting de campus. Wat een weelde om al groetend je je een weg te zoeken naar de campus. Het is geweldig om zonder geld en luxe je te baseren op het leven. Wat een uitdaging om zo door het leven te mogen!
 
2. Ziekenfondsverzekering bukan garansi hidup
Op een dag ging ik samen met bung Agus een docent opzoeken in het RSU. Hij was diabetisch patient. Eerder in de week was hij met klachten aan zijn been naar de dokter gegaan. Hij had een open wond opgelopen aan zijn rechtervoet. De dokter wilde dat de wond verzorgd zou worden en besloot hem meteen die avond ter behandeling naar het ziekenhuis te sturen. De dokter nam ook waar, dat hij een veel te hoge bloedsuikergehalte had. Voor de deur van het ziekenhuis werd de rector herkend en gelijk door de familie ontvangen en naar de zieke gebracht. Ik raakte onder de indruk van onze trip door het uitgebreide gangstelsel. Opvallend was ook de aangename temperatuur in het ziekenhuis. Toen we daar aankwamen was het in zijn kamer overvol. Familie, vrienden, maar vooral studenten waren op het bericht afgekomen, en vulden bijna de gehele gang, toen wij bij hem zaten. Zelf leek hij weinig aan hun aanwezigheid te hebben. Hij rilde van de kou en hield zich groot, maar was eigenlijk doodop. Ik zat daar toch ook wel met mezelf te worstelen. Ook ik leef al jaren al diabeet. Alleen ik woon niet in Ambon. Ik kom uit Haarlem en heb een ziekenfondsverzekering bij Zilveren Kruis-Achmea lopen. Via de Nederlandse ziekenfondsregeling kom ik gemakkelijk en tijdig aan mijn medicamenten.
 
Pak Novi was een van die docenten van de theologische faculteit, die bleven doorwerken en met hart en ziel er altijd waren voor de studenten. Hij nam weinig tijd voor zich zelf en verwaarloosde zich zelf, waardoor hij regelmatig tegen dit soort uitwassingen aanliep. Nu moest hij wel gas terugnemen en wachten totdat hij helemaal hersteld zou zijn om weer dienstbaar te kunnen zijn. Pas als de wond geheeld is kan hij er van op aan, dat de dokter hem naar huis zal sturen voor verder herstel. Maar voorlopig moet hij wachten en op krachten komen. Vanwege de medicijnen die hij heeft zal dit niet alleen een langdurige kwestie worden, maar ook een hele dure! Bij het ontbreken van een ziekenfonds moet de familie zelf de kosten voor het verblijf in het ziekenhuis betalen.
 
Daar zat ik met mijn suikerziekte. Ik was bijna uitgeteld en voelde me zeer loom. In mijn tas had ik mijn insuline mee; de kortlopende als ook de langwerkende, die 24 uur werkte. Ik had ook mijn bloedsuikermeter bij me, als ook wat druivensuiker, voor het geval ik weer tegen een hypo zou aanlopen. Ik voelde me erg ongemakkelijk tijdens het gesprek. Ook omdat de echtgenote van pak Novi een kennis was, die wij tijdens het seminar ‘Indjil & Kebudayaan‘ in 1997 te Amahusu hadden leren kennen. Zij was in weinig veranderd. Ik had voor mijn vertrek uit Nederland van de dokter het advies gekregen om drastische maatregelen te nemen om toch maar af te vallen. Zijn woorden hoor ik nog steeds “u moet toch afvallen, want nu bent u echt te zwaar!” Met hem kon ik dat nog rustig bespreken, maar met de dietiste kreeg ik gelijk woorden. Ik kon het niet verteren, dat zij tegen mij zei:”Het wordt nu tijd, dat u het niet alleen maar houdt bij mooie praatjes.” Op de kamer in het ziekenhuis (RSU) bij een docent van de UKIM drong het pas tot me door, wat discipline een mens aan gezondheid kan opleveren. Hard werken is een, maar wil je er voor de ander zijn, dan zul je toch ook voldoende aandacht moeten geven aan jezelf. In de zorg voor de Ander en de ander mag persoonlijke verzorging niet onderschat worden. Het is de sleutel tot alle liefde. Ook als het gaat om lichamelijke gezondheid.
                                                                                                                                                                                                                                                               
3. Naik naik ke Gunung Nona…
In de stad kon ik ‘s morgens wel eens joggen. Rondom 06.00 ‘s morgens liep ik gewoonlijk een rondje langs van Jalan Pattimurah naar Skip en vervolgens Mardika om in Park Pattimura te eindigen met wat rek- en strekoefeningen te doen, waarna ik richting hotel liep. Als het weer in Haarlem hetzelfde zou zijn als op Ambon dan had ik waarschijnlijk niets te duchten van zwaarlijvigheid. Dan zou ik zo naar buiten lopen om een rondje te lopen. Maar ik ril al bij de gedachte dat het in Haarlem weer gaat regenen. Tijdens mijn eerste 2 weken op Ambon heb ik al meer gejogd dan in het eerste halfjaar in Haarlem… Lichamelijk voelde ik me alleen maar sterker worden. Maar tijdens de eerste drie dagen op Kuda Mati leek ik wel een dood paard, wat energie betreft. Achteraf bleek het de omschakeling te zijn geweest van hotel naar het huis van een vriend (rumah teman).
 
Als predikant kun je je op Ambon niet stilletjes voortbewegen. Bijna iedereen groet je. Je merkt dan wat het voorgaan in diensten kan doen. Pdt Tamaela en Pdt Batlajery zijn ook joviale mensen, die iedereen hartelijk tegemoet treden. Wat een verschil met de Haarlemse setting, waarin mensen je gewoon niet willen zien en groeten.
 
‘Lari pagi’ hoeft niet betekenen, dat je joggend de dag begint. De predikanten bij wie ik onder een dak woonde waren gewend om ‘s morgens te wandelen. Alleen de een wandelt door de stad, terwijl de ander de berg oploopt. Toen ik aan beide aangaf, dat ik ook wel wat voelde voor zo’n wandeling werd dat met veel enthousiasme ontvangen.
 
Na ongeveer 400 meter lopen van de docentenwoningen komen we op de weg, die naar de top van de Gunung Nona leidt. Links af de berg op langs het kerkgebouw van Christina Natalya naar boven toe. Al lopend realiseer ik me wat een opgave het is om het rennend af te leggen. Ik ben blij, dat ik in staat ben rustig de berg op te gaan. Bung Chris heeft dit traject vaker afgelegd. Hij is wat dat betreft een geweldige gids en telkens waarschuwt hij wanneer de zware  gedeeltes zich aandienen. Als de berg een stijgingspercentage krijgt, die een etappe van de tour de France niet zou misstaan, zegt hij tegen me: ‘sekarang tjoba bale dulu lalu nikmati pemandang’ [nu even omkeren om van het uitzicht te genieten] Ik kijk mijn ogen uit en weet niet wat ik zie: de wonderschone baai van Ambon! Wat een schitterend uitzicht. Dit is echt de moeite waard om gezien te worden. Ik moest denken aan het lied wat we op de lagere school zongen: ‘Ambon met je mooie dreven’. Hij zegt dan: masa kah mau bakar kota yg indah itu? Of hij nu wil of niet, de herinneringen aan de kerusuhan leven bij hem weer op. Hij vertelt met de nadruk op het verlangen om de schoonheid van de stad in tact te houden. De kerusuhan moet voorgoed voorbij zijn te beginnen met vandaag, door vanuit jezelf er mee te stoppen. Denk aan de schoonheid van de stad, die voor iedereen is weggelegd. Gemengde gevoelens komen bij hem op. Maar duidelijk blijkt, dat de meeste Molukkers er genoeg van hebben. De wandeling krijgt een soort van therapeutische werking. Samen met vrouw en kinderen moesten zij de berg op, weg uit de stad richting veiligere oorden. De weg naar boven was tijdens de kerusuhan ook de weg naar veilige oorden. Kusu-Kusu. De weg, die naar boven kronkelt, vertelt telkens een ander verhaal over de kerusuhan. Rijen dik vluchtten zij de berg op alles achter zich latend. En beneden zagen zij de stad vallen. De UKIM, wat door vlammen werd verteerd, huizen verwoest en mensen  opgejaagd, beschoten en vluchtelingen, die geen kant uit konden. Maar telkens waren daar de mensen, die midden op straat de ontmoeting met God zochten. Mensen, die anderen aanspoorden tot wat zelfonderzoek. Waarom moeten wij tot God in gebed gaan? Mengapa mau bergumul?
 
 
 
De weg was bezaaid met vluchtende mensen, die wegdoken voor de munitie die van beneden werd afgeschoten. De vragen rondom de functie van het leger en de politie kwamen meer dan ooit aan de orde.
Op elke bocht in de weg kwamen allerlei gedachten op, die te maken hebben met de verwoesting van de stad en het sterven van tallozen. Sindsdien is de weg naar boven toe veranderd. Veel mensen hebben grond gekocht en er een huis laten bouwen. In de toekomst zullen er nog veel meer huizen gebouwd worden. Er ia al een kerkgebouw geopend – jemaat Keisha – en door ruil van grond wonen nu Christenen, waar vroeger de orang Bitong woonden. Het kerkgebouw staat boven op de berg en het dorpje wordt al ‘Jeruzalem baru’ genoemd. Mensen wonen er met het besef, dat het nooit meer kerusuhan zal worden. Want alleen Christenen wonen nu op de top van de berg.
 
Voor de wandeling hoef je eigenlijk niets mee te nemen. Onderweg is er een guesthouse waar je niet alleen kan slapen of uitrusten, maar je je ook tegoed kan doen aan allerlei lekkernijen. Gekoelde dranken zijn er ook  in overvloed te verkrijgen. Wat heb je nu als bewoner daar te doen? Lari pagi sebagai sebuah therapie untuk memungkinkan manusia, siapa dia ada dan siapa itu TUHANnja! Toen ik de berg opklom moest ik denken aan het mooie lied, wat wij in de wijk van Moordrecht als kleuters zongen. Dat het beklimmen van de Gunung Nona ons niets anders dan vreugde en blijdschap opleveren. Het blijft ook een geweldig mooi lied:
 
Naik Naik
… E
Naik, Naik, ke Gunung Nona,
….. B7 ……………. E
Tinggi, tinggi sekali.
… E
Naik, Naik, ke Gunung Nona,
….. B7 …………… E
Tinggi, tinggi sekali.
 
…… A ……………… E
Mesti tjinta, tinggal tjinta
…… B7 ……………….. E
Mama pangil pulang eh.
….. A …………….. E
Mesti tjinta, tinggal tjinta
…… B7 ……………….. E
Mama pangil pulang eh.
 
Ambon, 7 november 2011
Verry Patty
 
 
Leven tussen Oost en West                                Reisnotities vp4                                                          

Cornelis Alyona, op 15 november 2011 om 14:19 uur

LEVEN TUSSEN OOST EN WEST, is een verhaal van de waarheid, die door een Gods knecht uit Gunung Batu wordt geschreven. Men noemt het Geschiedenis, meer dan Historie in het algemeen. Zo waarlijk helpe ons God almachtig te Amboina, een beeld van hedendaagse samenleving.
Hoe dan ook, OOST WEST, THUIS BEST.
Groetjes uit Kudamati.

Plaats een reactie

(optioneel) (optioneel)

JCT Jongerendienst

Gepost op 10 november 2011

Het Jongeren Coördinatie Team van de Streekgemeente Noord Holland Noord organiseert in samenwerking met de jongeren een JONGERENDIENST

datum: ZATERDAG 19 november 2011 te Wormerveer

Geef dit door aan alle jongeren en kom allemaal

Georganiseerd door:
Het Jongeren coördinatie team (JCT)
van de GIM Streekgemeente Noord-Holland Noord:
Amsterdam, Haarlem, Den Helder, Hoofddorp en Wormerveer

Zaal open om 18.30 uur
Dienst : 19.00 tot 20.00 uur
Gezellig samenzijn: 20.00-21.00 uur

Voorganger: Palau Tetelepta

Het thema is: Wie mag ik zijn?

M.m.v. jongeren uit elke streekgemeente
en verschillende muziek- en gospelgroepen

Adres Geredja Sion:
Cor Bruynweg 45, 1521 MA Wormerveer

Plaats een reactie

(optioneel) (optioneel)

3e reisnotitie Pdt. E.S. Patty

Gepost op 1 november 2011

Hopen op betere tijden

1. De grote verhuizing
s’ Avonds is het rustig in Ambon stad. Tegen 20.00 uur begint de grote verhuizing. Bijna iedereen die buiten de stad woont pakt dan de pengangkutan of de o-jack om naar huis te gaan. Moslims en Christenen gaan dan massaal naar huis. Mensen, die in kota Ambon werkzaam zijn verlangen eigenlijk weer naar de tijden van voor 11 september 2011, maar de argwaan en de angst hebben voorlopig nog de overhand. De stad is ‘s avonds net geen spookstad, maar het is goed te merken, dat er in Ambon iets ongewoons zich heeft afgespeeld. Op de doordeweekse avonden wordt er a.h.w een signaal gegeven en neemt op straat de rust toe. Behalve op zondag, waar het door de late kerkdiensten iets later wordt. De laatste dienst, die ik bijwoonde was er een, die om 19.00 u begon en net na 21.00 u eindigde. Voor het tijdstip merkt je dat vooral aan de bedrijvigheid van de mensen, die op hun reis huiswaarts naar huis Christen of Moslim wijken moeten passeren. Zij plannen die reis zo vroeg mogelijk. Hoe meer dat in het licht plaats vindt hoe beter. Mocht het niet anders kunnen dan blijft men liever bij vrienden en kennissen overnachten. Men verkiest de zekerheid boven de waaghalzerij om door het duisteren richting huis te vertrekken. Ik had nooit gedacht dat men op Ambon op deze wijze ‘kinderen van het licht’ wilde worden.
Van de mensen hoor je dat ze vooral bij de grensgebieden willen voorkomen, dat men in het donker weerloos prooi wordt van allerlei ongewenste opstanden en opstoppingen. Omstreeks 21.00 u is de verandering een feit; de straten zijn verlaten, wat rest zijn de o-jacks, die in afwachting zijn van een aantal avondritten, die ze zouden kunnen uitvoeren.

De baileo oecumene zorgt de gehele dag in de Jalan Pattimura – waar ons hotel gevestigd is – voor constante aanloop en voldoende levendigheid. Daar worden ook ‘s avonds culturele activiteiten en studiebijeenkomsten gehouden. Naast is hotel is Mutiara gevestigd. Dit hotel-restaurant is van oudsher een trefpunt in Ambon-stad; veel initiatieven zijn hier geboren. Het is onvoorstelbaar, dat je daar elke dag wel iemand anders vanuit Nederland tegenkomt. In het hotel waren de afgelopen dagen 4 allochtone Nederlanders uit Haarlem… Indien de politie dat nodig vindt worden er bij speciale evenementen bij de baileo oecumene extra veiligheidsmaatregelen genomen. Meestal staan er dan extra patrouille wagens voor de baileo en het hotel. Na afloop verlaten deze ook de locatie en is het apparaat niet meer zichtbaar. Dat wat dan nog verwijst naar de politie zijn de verkeersdrempels, die ‘polisi tidur’ worden genoemd.

2. Hidop di dalam terang
‘Ambon mau hidup dalam terang’ [Ambon wil in het licht leven], maar in avonduren zie je ook de schaduwzijden. De stad lijkt in bezit te zijn genomen door de jongeren, de met hun motoren de straat regeren. Zijn dit nu ‘anak2 kegelapan’? Langs de weg zitten ze een beetje te hangen. Ze praten, maken lol en drinken. Eigenlijk willen ze samen ook nog een oog in het zeil houden. Zo komen ze de nacht door. Er zijn predikanten, die dit van de kansel resoluut afwijzen en de jeugd op een moralistische wijze toespreekt om niet om te gaan met ‘Coba” – een populaire benaming voor narcoba (drugs) – en “Opi” – een volkse aanduiding voor ‘sopi’ oftewel alchohol. Ze blijven eisen, dat de jongeren hun levenshouding veranderen en bestempelen hen die opgaan in drugs, alkohol en vrouwen als zondaren. De politie blijft hier onzichtbaar.

In het Pattimura Park is het meestal een samensmelting van veel mensen. Er worden overdags allerlei culturele bijeenkomsten gehouden; daarnaast zijn er altijd wel jongeren, die met elkaar op de volleybal- en basketbalvelden actief zijn. Anderen joggen alleen of samen. Je ziet dat sport verbroedert en dat men weinig moeite heeft om als ‘selam & serani’ samen actief te sporten of passief de enthousiaste toeschouwer te zijn. Soms vraag je je af of de supporters commentaar leveren of een cabaret stukje opvoeren. Sommige jongedames spelen met hoofddoeken…
De mensen doen er alles aan, om dit soort activiteiten te blijven laten plaats vinden. Het geeft aan dat men als bevolking zich niet wil neerleggen bij de waan van de dag. Men wil de ban van de angst achter zich laten, maar weet dat dit de nodige inspanningen vergt. Wat kan je nu echt doen als de angst mensen verlamd om naar elkaar om te zien? De politie komt zo nu en dan in beeld, terwijl de soldaten massief aanwezig zijn bij grootse evenementen met een politieke kleurtje. Met hun wapens houden ze nonchalant de wacht. Onbewust krijgen ze te veel bekijks en maken ze met hun uniforms en wapens indruk op sommigen van het zwakke geslacht…
Ik kwam pas na het eerste week-end op de UKIM campus er achter, dat mij iets ontgaan was. Dat mensen toch nog in de greep zijn van angst en vrees. Bij de campus aangekomen kwam ik de decaan, dr Talaway tegen. Hij was net klaar met het geven van 2 colleges hermeneutiek en vertelde, dat het snel was gegaan nu elk college uur slechts 30 minuten duurde. Toen ik hem vroeg wat hij precies bedoelde vertelde hij dat er een speciaal rooster was ingegaan na de gebeurtenissen van 11 september j.l. Allereerst zouden er bewakers gestationeerd worden op de campus, die zichtbaar zouden posten. Hun fysieke aanwezigheid moest de veiligheid waarborgen. Daarnaast wilde men de verzekering, dat alle studenten de colleges zouden kunnen volgen. Daarom werd de duur van een college verminderd tot 30 minuten. De activiteiten op de campus duren elke dag tot 17.00 u. Alle studenten kunnen dan nog ruimschoots thuis komen voordat de donkere nacht toeslaat. Zo wilde het rectoraat de angst voor de reis naar Talake opheffen en het verblijf op de campus aanmoedigen. Toen ik dit hoorde kon ik pas de woorden van pdt Mailoa plaatsen tijdens de weeksluiting op de campus van de UKIM. Hij sprak de studenten streng toe en spoorde hen aan om wat er ook gebeurt toch naar de colleges te komen. “Het volgen van de colleges op de campus is een signaal, dat wij van de UKIM niet toestaan, dat een handvol criminelen de boel willen terroriseren. De afgelopen dagen was de brand en de relletjes bij Pohon Pule ‘hot news’. In de binnenlandse media werd er melding gemaakt van godsdienstige gevechten tussen Moslims en Christenen. Vanwege de onderhuidse spanningen wisten wij beter. Het zijn dronkaards en criminelen, jongeren die niets te doen hebben en graag willen zien, dat wij in hun voetsporen treden en meedoen. Ons antwoord op dit soort incidenten is dat wij trouw naar de campus blijven komen en tonen, dat we in een andere benadering van een gezamenlijke toekomst geloven!”

3. Himbauan sini sana: oproepen tot vrede en saamhorigheid
Overal in de stad zie je nu van die bill boards en spandoeken, waar de bevolking opgeroepen wordt om zich niet te laten provoceren. De foto’s van de burgemeester en de loco-burgemeester moeten het offensief van de stadsleiding meer zeggingskracht geven. ‘Laat je niet gek en bang maken’. Op straat nodigt het mensen tot andere reacties:
-‘Wij willen van de stad geen bende maken’
-‘Wij kunnen niet zonder elkaar’
-‘We zijn er klaar voor, maar kunnen niet altijd op hen blijven wachten!’
Mensen willen serieus gezien en gehoord worden; ze willen zich van hun goede kant laten zien. Maar bereik je iedereen wel met een leus op een spandoek?

Een aantal collega’s uit Ambon drukten me op het hart om vooral voorzichtig te zijn als ik naar de campus zou komen. Want dan moet je door Waihaong langs de moskee El Fatah. De eerste keer zijn we met o-jacks gegaan en daarna lopend daar naar toe gegaan. Op weg naar de campus op Talake werden we door menig taxichauffeur, o-jack en tukang bedjak aangeroepen om gebruik te maken van hun diensten, maar de wandeltocht maakte duidelijk, dat je veroordeeld wordt tot een verblijf in ‘angstland’, mocht je in de ‘als-sferen’ blijven hangen. Of ik nu samen of alleen door de Jalan Sultan Babulah liep telkens leek het alsof we nauwlettend in het oog gehouden werden. Na sen knikje met het hoofd of een simpele ‘salam’ of ‘pagi’ konden wij rekenen op een groet of het doorbreken van een glimlach. Een Moslim vriend zei, dat de schermutselingen een gevolg zijn van de instant oplossingen, waarvoor de politiek na de kerusuhan gekozen heeft. Men koos toen voor schijnoplossingen op korte termijn. De schermutselingen van de afgelopen periode zijn het gevolg geweest van een apartheidpolitiek, die op angst is gebaseerd. De veroorzakers zijn meestal niet ouder dan 17 jaar; jongeren die als kind de kerusuhan hebben meegemaakt. Jongeren, die op basis van haat en wraak zijn opgevoed in verschillende kampen. Dat moet nu anders aangepakt worden. De segregatie politiek, waarbij Moslims in moslimwijken wonen en Christenen in Christen bolwerken, moet geheel en al afgebroken worden. De provinciale overheid zou gemengde wijken moeten bouwen, waar selam en serani weer naast elkaar als buren kunnen leven. Zelf woont hij als Islamiet tussen Christenen in Karpan: “musti kasih berani diri kalau seng bagaimana mau lain sajang lain?”

Overal op Ambon zie je groeperingen als ‘Ambon bergerak’ , ‘Kopi bedati’ en ‘provokasi damai’ opstaan. Ze bestaan voornamelijk uit jongeren, die via internet en facebook elkaar op de hoogte stellen van de situatie in de plaatselijke context. Dankzij hun inspanningen wordt subjectieve en vooral tendentieuze berichtgeving rondom de situatie op Ambon direct gecorrigeerd en de machtspellen van de duistere machten in Jakarta ineen ander licht gesteld. Zonder hun steun zouden de autoriteiten zelfs met gebruik van veel geweld weinig klaar kunnen spelen. De jongeren hebben er genoeg van om steeds maar weer in de slachtofferrol te moeten kruipen. Zij staan op en vragen zich af, wat zij op dat moment in die specifieke situatie zouden kunnen betekenen! Hun invloed werkt aanstekelijk en geeft hoop voor de toekomst. Het is geweldig om dit ook op Ambon mee te mogen maken. De ontwikkelingen gaan langzaam, maar kwalitatief merk je dat de Molukkers op Ambon meer dan ooit bewuster worden van de rol, die zij kunnen spelen in de toekomst van Ambon manise! De CD van de Moluccan Hip Hop Community ‘Beta Maluku’ is hiervan een tastbaar bewijs. Op 4 november zou er een concert worden gehouden in Pattimura Park. Alle grote namen uit de Molukse muziekwereld uit heel Indonesie zouden er zijn. Vanwege de slachtoffers van de schermutselingen van 11 september j.l. is dit verzet naar het voorjaar van 2012. Ook dit concert draagt de pakkende titel ‘Beta Maluku’.

Plaats een reactie

(optioneel) (optioneel)

2e reisnotitie van Pdt. E.S. Patty

Gepost op 1 november 2011

Menghadap TUHAN

Wat kun je als kerkbezoeker verwachten als je op Ambon op 3 verschillende tijden en plaatsen een kerkdienst meemaakt? Hoe ga je de ontmoeting met de Allerhoogste aan? Wat hebben kerkelijke tradities daarmee te maken? In deze reisnotitie een vergelijking, die ik lardeer met een aantal persoonlijke vragen’.

1. Maranatha kerk – GPM jongerendienst zondag 23 oktober ’11
Toen we het hotel uitliepen konden wij aansluiten bij andere Nederlandse Molukkers, die ook de kerkdienst wilden bijwonen. De kerk was al behoorlijk vol toen we binnen kwamen, maar we vonden voorin plek en konden daarom dicht bij elkaar zitten. De begeleidingsband (met was bezig om een aantal nieuwe liederen uit het GPM liedboek in te studeren. De inbreng daarbij van de 2 voorzangeressen was daarvoor onontbeerlijk. Ondertussen verbaasde ik me over de wijze, waarmee de GPM in de Maranatha kerk de moderne techniek heeft omarmd. De papieren liturgie lijkt voorgoed verleden tijd te zijn. Op 4 schermen kon men de liturgie lezen die via de beamer geprojecteerd werd. Daar las ik dat de jongerendienst geleid zou worden door pdt Max Siahaya. Tijdens de kerusuhan werd hij vanwege zijn optreden als voorzitter van de klassis kota Ambon gekozen tot algemeen secretaris van het synodebestuur van de GPM. Hij was destijds scherp van tong en heel erg radicaal. Hij stond model voor de christelijke onverzettelijkheid en koppelde dat aan een bekering, die nodig was om als volk van God te kunnen leven. Hij riep de mensen op tot een ommekeer: alleen de weg terug naar God brengt ons verlossing. Ik merkte, dat er niet veel veranderd was in zijn manier van preken; hij was wellicht vanwege de toegenomen leeftijd veel milder geworden. dan tijdens de jaren van de eerste kerusuhan. Tijdens de preek vlamde nog iets door van zijn ‘bijbelvastheid’. N.a.v. de ongeregeldheden van 11 september j.l. verwees hij naar de kerusuhan pertama. Destijds leidde hij als predikant speciale kerkdiensten in een bomvolle Maranatha kerk. Maar toen de kerusuan voorbij ging zag hij velen met de groet ‘saronaja Tuhan’ afscheid en afstand nemen van de Heer. Nu merkt hij weer een toename in de kerkgang. Pdt Siahaya vroeg zich af, wat wij dan als volk van God verkeerd gedaan hebben…
De liturgie was modern van opzet met veel inbreng van jonge leken. Met behulp van de beamer kon iedereen actief meedoen. De voorzangeressen loodsten ons door de gedeelten met de nieuwe liederen. Daarnaast was de bijdrage van de solisten van een ongekend niveau en een lust voor het gehoor.

Na aloop van de dienst keken we als Molukkers uit Nederland er voldaan op terug bij de koffie:
-“Ik moet nog zien of dat ook zo in Nederland kan?”
-“Het geluid van de band was te hard”
-“Wat een ontwikkelingen en mogelijkheden! Ze maken wel optimaal gebruik van alle moderne middelen”
-“Waarom zijn we in Nederland zo verkrampt bezig als het om ontwikkelingen in kerk en liturgie gaat?”
-“Ik voel me prettig bij een mix van tradionele en moderne ontwikkelingen in de kerkdienst”
-“In Nederland betaal je voor zo’n concert veel meer dan alleen maar de collecte.”

2. Geredja Kristen Kalam Kudus, zondag 23 oktober ’11
‘s Avonds ging ik naar een dienst bij de Gereja Kristus Kalam Kudus op uitnodiging van pdt Reza Syaranamual, die ik in Nederland tijdens de muziektour van oom Bing Leiwakabessy was tegen gekomen. In de dienst zou een predikant uit Jakarta voorgaan. Ook hier bij aankomst een volle kerk maar opvallend was dat elke nieuwkomer hartelijk welkom werd geheten. Ik werd begeleid naar de plek,waar de eredienst gehouden zou worden. Hier eveneens geen liturgie wat op papier werd uitgedeeld, maar 2 schermen waarop iedereen in de kerkzaal de teksten mee kon lezen. Naast de tekst werd ook veel waarde gehecht aan het beeld in de vorm van passend illustratie materiaal. In de kerkzaal zag ik dat het merendeel van de gemeente bestond uit Chinese Indonesiers, peranakan Cina. De dienst duurde iets meer dan 2 uur en de liturgie was in mijn belevingswereld opgebouwd uit 3 gedeelten. Eerst was daar een kleine 30 minuten het gedeelte van de lofprijzing en aanbidding (worshipping God), waarin iedereen aangespoord werd God met enthousiasme te aanbidden. Daarna volgde de schriftlezing c.q. bijbelstudie, waar de gastpredikant 60 minuten voorging en preekte, waarna de voorbeden aan bod kwamen, voordat de gemeente met de zegen de wereld werd ingestuurd. Zo maakte ik op Ambon de KKR mee oftewel Kebaktian Kebangkitan Rochani. (opwekkingsdienst)
Al spoedig merkte ik, dat ik niet op dezelfde golflengte zat als de meeste aanwezigen in de kerkzaal. Ik zag hoe de Geest verbindend kan werken als je er totaal voor open stond. Ik genoot wel van de manier waarop iedereen opging in de aanbidding. Ook hier was een begeleidingsband van doorslaggevend belang. De band speelde op aangeven van de liturg, die samen met een koor, bestaande uit 2 vrouwen en 2 mannen, vol vuur de liederen inzette. Zij deden dat met vol overgave en toewijding. Liederen werden met gemak in het Engels als het Indonesisch gezongen. Ik kon de predikant goed volgen, omdat zijn taalgebruik prettig was. Hij bracht met humor ontzettend veel zaken aan de orde. De gemeente genoot volop van de verkondiging. Opvallend was ook de service om de kerkgangers naar huis te brengen. Vanwege het late tijdstip en de duisternis, die als een laken over de stad was uitgespreid, reden er weinig ojacks in de stad. Mensen konden gelukkig na de dienst met elkaar meerijden naar huis.

3. Engelse dienst op de campus van de UKIM maandag 24 oktober ’11
Maandagochtend maakten wij een Engelse dienst mee in de aula van de UKIM. De campusdienst begon al wat later, maar toch werd ondanks het noodrooster alle tijd genomen om de liturgie te volgen, zoals het was opgezet. De aansluiting met de colleges, die daarna volgden werd gemist, waardoor sommige colleges in het niets verdwenen. Geen docent of student, die opstond om aan te geven, dat het reeds tijd was om verder te gaan. Dit geeft aan hoe belangrijk die diensten binnen het gebeuren op de campus zijn. Alles in de liturgie werd daadwerkelijk in het Engels gedaan, maar inhoudelijk blijft mijn vraag of het gros van de studenten begrijpt, wat men vanuit de liturgie aan het doen is. Het was genieten als er een solo optreden was of een break voor een muzikale bijdrage van de studenten. De dienst functioneert zo ook als podium voor getalenteerde en gedreven studenten, die met muziek verder zouden kunnen. Zowel de liturg als de prediker waren studenten die een aardig woordje Engels spraken; de een met een Australisch accent en de ander met een Amerikaans. De aanwezige studenten zongen de liederen goed mee, maar ik vraag me af of zij ook voldoende zijn ingeleid in de betekenis van de liederen. Het zou goed zijn om juist in de verwerking van het geheel – zo nu en dan tijd te nemen om liturgische elementen toe te lichten. Er werd m.i. te veel op een variant ingezet als het gaat om de participatie van de gemeente. De ‘woord en antwoord-elementen’ werden beperkt tot het zingen van Engelstalige liederen. Net zoals 2 jaar geleden komen vooral studenten naar de dienst met hier en daar een docent. Zelf denk ik dat hier veel mogelijkheden liggen om als docenten te participeren in het ontwikkelen van modellen voor de erediensten, die voor de studenten richtinggevend kunnen zijn voor de rest van hun leven. In de rol van begeleider en supervisor kan een docent dan veel meer aandacht geven aan de inhoud van de liturgie vanuit de veelzijdigheid van de wereldkerk. Daar ligt volgens mij ook een van de grootste uitdagingen van deze diensten: om de studenten inzicht te geven in de rijkdom van de wereldkerk op het gebied van liturgie en erediensten. Hoe slaag je erin om de samenkomst meer te laten zijn dan een veredeld lesuur, waarin de Engelse taal als heilig opgehemeld wordt. In hoeverre kun je in het Engels God aanbidden, loven en prijzen en daarbij ook je eigen culturele context blijven betrekken? Ook in dit groeimodel zal de Molukse context uitgangspunt moeten blijven. Hoe kun je vanuit een anderstalige kerkelijke traditie God aanbidden en tegelijkertijd je culturele achtergrond als Molukse gelovige recht blijven doen? Hoe kun je op basis van oecumenische gebruiken vanuit de wereldkerk het geloven als Molukse Christen meer diepgang geven?

Menghadap
Tete Manis
dgn bahasa asing
supaja Ambon selalu somba
TUHAN

Het blijft een voorrecht om in de bijeenkomst van anderen te zien hoe gemotiveerd men is om de samenkomsten te laten slagen. Wat heb je nodig om het daadwerkelijk een ontmoeting te laten zijn van de ontmoeting van ik, jij en God. Maar dan in de Molukse context Ale, Beta dan Allah! Als buitenstaander denk je dat zij wat kunnen hebben aan je opmerkingen c.q. observaties. Maar ik denk, dat het geheim veel meer zit in de erkenning, of ik in staat zal zijn om het geobserveerde in mijn eigen context te linken en toe te passen.

Ambon, 27 oktober ’11
Verry Patty

adriana, op 30 januari 2012 om 15:56 uur

Het bedrijfshoofddoekje van AH en Lidl, het vlagje achter de loketten van de gemeentehuizen! Moslima’s als  AH-medewerkster aan de kassa met hoofdbedekking als islamreclame!

Islamieten in aparte uniform binnen de Nederlandse gemeentehuizen en scholen:dit soort ontwikkelingen leveren ons geen voordeel, maar ellende, zoals we zien uiteindelijk in al de moslimlanden, al 1400 jaar. Het symbool hoofddoek is een teken waarbij geen Natuurlijke relatie bestaat tussen de vertegenwoordiging van het teken en de betekenis die ermee wordt uitgedrukt.
Het Kenmerk van onderdrukking zit hem in de aanvaarding en verdediging hiervan voor eigenbescherming. Het is de pijnlijke waarheid dat door links niet onderkend wordt: de islam van de islamisten is gericht op het hiernamaals, het leven op deze planeet is tijdelijk en dus niet van belang, niet-islamitische samenlevingen dienen daarom te worden vernietigd. Daartoe is de onderdrukking van mensen het eerste doel, in het bijzonder de onderdrukking van vrouwen. Links ‘kritisch’ Nederland wordt wakker !

Een uniform met de hoofddoek dat nu nog in islamlanden met harde hand wordt opgelegd: De Saudi’s, bang om rechts ingehaald te worden door de ayatollahs, hebben vervolgens overal in Saoedi-Arabië de hoofddoek dwingend opgelegd. En omdat Saoedi-Arabië leidend is in de islamitische wereld, zag je als gevolg daarvan in de jaren’80 overal in de islamitische wereld hoofddoekjes verschijnen. Zweepslagen in Iran, Pakistan, Afghanistan, Nigeria en Soedan, Libië, Egypte etc. etc..; zwavelzuur in het gezicht in Algerije, Marokko, geweerschoten in Kashmir, brutalisering in Afghanistan, Pakistan, Jemen enz. Die landen tonen aan dat ‘baas over eigen hoofd’ zeker geen gewone naturelle ontwikkeling is. De vrouwen in de westerse wereld voor ons hebben gevochten voor vrijheidsrechten van de vrouw. En nu zullen wij deze wel even om zeep helpen door een Hoofddoek te dragen. PVDA, CDA, D66, GL en SP moeten ook de verantwoording nemen voor wat er achter de hoofddoek schuil gaat namelijk waar je zelf voor gestreden hebt en dat is vrouwen mishandeling, vrouwen onderdrukking en de expressie om vrouw te zijn. Beseffen deze partijen niet dat er miljoenen vrouwen zijn die dit kledingstuk geheel onvrijwillig moeten dragen omdat ze anders worden afgeranseld, dat ze zonder die doek niet naar buiten mogen, dus opgesloten zitten. Het is geen vrije keus van de dames, als ze dat zelf beweren, is het hersenspoeling! Geweldig. Waarschijnlijk roepen ze ook op tot meer huiselijk geweld (want vrouwen die niet doen wat hun mannen willen verdienen klappen), meer kranten voor de ramen (vrouwen die gewoon naar buiten mogen kijken zorgen alleen maar voor overlast).Dit alles omdat mannen die zichzelf moslim noemen zich niet kunnen beheersen als ze vrouwenvlees zien. De bedekking van vrouwen is ontstaan omdat rover hoofdmannen jaloers waren en elkaar vrouwen probeerde te roven niet meer en niet minder. Het zijn de moeders in de Arabische wereld die hun zonen opvoeden en hun tot macho’s en prinsen creëren en verwennen, waardoor zij al op jonge leeftijd een super macht binnen de familie zijn.
Zij hebben voor 100% controle over hun zusjes ook al zijn die ouder. Moeders waren betrokken bij eerwraak op haar dochters zonder één hand uit te steken om hun leven te beschermen.
En dat is de trieste waarheid van jonge meisjes, die de wetten van de ouderlijke macht niet respecteren en dat uiteindelijk met de dood moeten bekopen.
Het vermoorden van meisjes wordt uitgevoerd door jonge broers waarvoor de gevangenis straf door hun jeugdigen leeftijd milder uitvalt.
 
 
 
Albert Heijn, LidL en van den Broek managers die hoofddoeken propageren.

Grote bedrijven, onder druk van de politiek en christelijke verraders, voeren het hoofddoekje in om explosief groeiende moslims vriend te houden, maar vergeet niet dat een hoofddoek politieke islam symboliseert.

We willen ons voedsel kunnen kopen in een Nederlandse winkel, waar we niet worden geconfronteerd met reclame voor de islam. AH en Lidl moeten neutrale winkels worden, waar we geen reclame aan de kassa maken voor een  meer dan treurig systeem als de islam. Verstandig zou zijn, alle uitingen van deze politieke  ideologie te schrappen Deze praktijken van de grote winkelketens betekenen de capitulatie voor het streven van imams die met behulp van de straatterreur Islamitische apartheids wijken willen vestigen. Kennelijk is de door de straatterreur afgedwongen etnische schoonmaak al zover gevorderd, dat nu de volledige overmacht kan worden geëist.

De islam is wel een punt vanwege de overheersingdrang, de ongelijkwaardigheid van man en vrouw en de haat in de koran/hadith naar alle niet-moslims. Eigen dokters,eigen politie, eigen school, ook nog dan moeten ze voortaan ook alleen nog maar uitkeringen aanvaarden uit eigen land van herkomst;is dat ook weer recht getrokken.
 
Net zo min als we iemand in Nazi-uniform achter de kassa bij AH willen zien, willen we islamreclame van uit uw personeel. Dit is puur uitroeiing van de autochtone bevolking. Op deze manier worden islamitische wijken in Nederland in rap tempo steeds groter. Ze verplichten door hun parasitaire gedrag overheden, Albertheijn, LIDL, DirkVandenBroek managers via de belastingbetaler, zelf de ondergang te subsidiëren van het land dat ze hebben geadopteerd. Dat is de grootste gevaar:door het import van nog meer Moslims die niet voor arbeid inzetbaar zijn, gaat dit land ten onder.
 
 

Plaats een reactie

(optioneel) (optioneel)
Getoond 6 t/m 10 van 161